In the spotlight FCSI professional member Danny van Stiphout

FCSI Interview Danny van Stiphout , partner consultant bij lloff – facilitaire horeca specialisten

‘Facilitaire horeca is geen bijzaak meer. Het is een serieuze keuze in hoe een organisatie wil werken.’

Als partner consultant bij lloff – facilitaire horeca specialisten en lid van FCSI houdt Danny van Stiphout zich dagelijks bezig met vraagstukken op het gebied van gastvrijheid, organisatie, gebouw en gebruik. Vanuit de opdrachtgeverskant begeleidt Danny trajecten in facilitaire horeca: van visie en conceptontwikkeling tot aanbesteding, contractvorming, implementatie en optimalisatie. In dit interview deelt Danny zijn visie op de ontwikkeling van het vak richting 2027.

1. Wat zie jij als dé grootste verandering in Foodservice tegen 2027?

Ik kijk daar waarschijnlijk net iets specialistischer naar, omdat wij ons bij lloff niet bezighouden met de hele foodservicebranche, maar heel bewust met facilitaire horeca en dan altijd vanuit de opdrachtgeverskant.

Vanuit die blik zie ik één grote verschuiving: eten en drinken worden steeds minder gezien als losse voorziening die je “erbij regelt”, en steeds meer als onderdeel van een bredere opgave. Het gaat allang niet meer alleen om een restaurant, een keuken of een lunchmoment. Het gaat om de vraag wat eten, drinken en gastvrijheid moeten bijdragen aan een organisatie, een gebouw of een werkplek.

En dat verandert alles. Dan gaat het gesprek niet meer alleen over aanbod of prijs, maar over ontmoeting, welzijn, verbinding, verblijfskwaliteit, inclusie, verhuurbaarheid en werkgeverschap. Over hoe een plek voelt. Over hoe mensen hem gebruiken. Over wat een organisatie ermee wil uitstralen. Voor mij zit de grootste verandering richting 2027 dus in deze beweging: van catering als faciliteit naar facilitaire horeca als strategisch onderdeel van de organisatie. En eerlijk gezegd: dat maakt het vak alleen maar mooier.

2. Welk project of initiatief uit jouw werk illustreert deze toekomstvisie?

Wat mij betreft zit dat niet in één los project, maar juist in het type trajecten dat we begeleiden. Die beginnen in de praktijk bijna nooit bij het aanbod zelf. Ze starten meestal met een veel interessantere vraag: wat moet horeca hier eigenlijk doen? Voor de organisatie, voor de gebruikers en voor de plek.

Vanuit lloff begeleiden we dat integraal. Dus niet alleen een concept bedenken, de ruimtes ontwerpen of een aanbesteding begeleiden, maar echt het hele traject: van visie en strategie naar concept en ontwerp, en van aanbesteding en contractvorming naar implementatie, contractbeheer en verdere optimalisatie. De kracht zit daarbij in de samenhang. Juist doordat je die stappen als één lijn benadert, ontstaat er iets dat niet alleen slim is bedacht, maar ook echt werkt. En dat is uiteindelijk waar het om draait.

Te vaak worden dit soort keuzes nog los van elkaar gemaakt. Dan krijg je prima onderdelen, maar geen sterk geheel. Terwijl facilitaire horeca juist waarde krijgt als alles op elkaar grijpt.

3. Wat moet er volgens jou nu veranderen om klaar te zijn voor 2027?

Organisaties moeten eerder wakker worden in dit gesprek.

Nog te vaak wordt er pas serieus naar horeca gekeken als een gebouw al helemaal ontworpen is, als een contract op zijn eind loopt of als de kwaliteit begint te piepen en te kraken. Dan ben je dus niet aan het sturen, maar aan het repareren. Om klaar te zijn voor 2027 moeten organisaties veel eerder de vraag stellen: wat moet facilitaire horeca hier bijdragen? Wat past bij de ambitie van deze organisatie? Wat vraagt deze plek? En hoe organiseer je dat op een manier die niet alleen mooi klinkt, maar ook uitvoerbaar en bestuurbaar is?

Dat vraagt ook om een volwassenere benadering. Dit onderwerp hoort niet alleen thuis bij facility management of inkoop. Het raakt net zo goed vastgoed, HR, operatie en bestuur. Zodra die samenhang wordt gezien, worden keuzes over concept, partnerselectie, contractvorm en sturing vanzelf beter. Scherper. En vaak ook leuker, omdat je niet meer alleen bezig bent met oplossen, maar echt met bouwen.

4. Wat mogen we absoluut niet vergeten in deze transitie?

Dat een goed idee op papier nog geen goede praktijk is.

Je kunt de mooiste visie hebben, een sterk concept, een prachtige keuken en uitgifte met de mooiste en beste apparatuur, een ijzersterke aanbesteding en een contract dat op papier helemaal klopt maar uiteindelijk wordt in de dagelijkse praktijk pas zichtbaar of de keuzes echt goed zijn geweest. Daarom gaat het niet alleen om visie en ontwerp, maar net zo goed om implementatie, contractbeheer en dagelijkse sturing. Dat zijn geen sluitposten. Dat zijn precies de onderdelen waar het verschil wordt gemaakt.

En we mogen vooral de mensen niet vergeten. Of het nu gaat om interne teams of uitvoerende partners: zij maken uiteindelijk de kwaliteit. Als mensen begrijpen waarom keuzes worden gemaakt, wat ermee bereikt moet worden en waar ze zelf invloed op hebben, ontstaat eigenaarschap. En dat is vaak het moment waarop iets niet alleen goed draait, maar ook echt gaat leven.

Voor mij is dat misschien wel de kern van het hele vak: het gaat nooit alleen over voorzieningen. Het gaat altijd over mensen.

5. Welke rol zie jij voor FCSI Nederland in deze ontwikkeling?

Ik zie FCSI Nederland vooral als een plek waar het vak scherp blijft.

Juist omdat de vraagstukken ingewikkelder worden, heb je een netwerk nodig waar kennis, ervaring en onafhankelijk denken samenkomen. Waar je niet alleen praat over trends of producten, maar vooral over hoe je opdrachtgevers helpt om betere keuzes te maken. Voor mij zit de waarde van FCSI in die combinatie van inhoud, professionaliteit en uitwisseling. Je leert van elkaar, je houdt elkaar wakker en je voorkomt dat het vak versmalt tot routine of gemak.

En dat sluit heel goed aan bij hoe wij binnen lloff naar facilitaire horeca kijken: niet als iets statisch, maar als een vak dat zich ontwikkelt door praktijk, kennisdeling en samenwerking. Wij zeggen binnen lloff vaak: 5 x 1 = 7. Omdat je samen simpelweg beter kijkt, scherper denkt en verder komt. Of, om in FCSI-termen te blijven: we support, we share, we inspire.

Delen