Anton François en zijn visie op Foodservice 2026

Wat zie jij als dé grootste verandering in foodservice tegen 2026? Waar bewegen we naartoe? Denk aan technologie, gastbeleving, duurzaamheid of ketensamenwerking.

In mijn beleving draait alles om aandacht naar de gast, de gast blijft kritisch als het gaat om de het product en dienstverlening die we aanbieden. Sinds Corona is er een ‘acceptatie’ van een ander (lees: lager niveau) van dienstverlening. Die moet in balans zijn met de prijs die er gevraagd wordt voor het product. Technologie wordt een waardevolle ondersteuning, denk aan robots die m.n. afstanden overbruggen (keuken <-> restaurant) en de fysieke belasting voor de medewerker zal verlichten. De gastheer/vrouw kan in de omgeving van de gast blijven.
Duurzaamheid is geen vraag meer, maar een opdracht m.n. op voedselverspilling. Porties zullen kleiner worden, beter om wat na te serveren. Duurzame producten blijft onze voedselketen een uitdaging, deze zit ‘op slot’, door volumes, contracten, grossiers etc. Dat gaat nog wel even duren voordat deze keten zich opnieuw uitgevonden heeft. Veel lof voor alle partijen die zich hier voor inspannen!

2. Welk project of initiatief uit jouw werk illustreert deze toekomstvisie?

Een voorbeeld zegt meer dan duizend woorden, laat zien hoe jouw werk al inspeelt op de toekomst.
Bij Argoszorggroep hebben we ‘cold turkey’ in de zomer van 2025 het assortiment naar meer duurzaam en plantaardig omgezet. Meer salades en samengestelde gerechten verkocht. De snacks (bruine fruitschaal) op aanvraag liep met 2/3 terug. Met dank aan de uitstekende data analyse van ons collega FCSI lid (Foodcollective.be). De evaluatie vraagt om de koers aan te houden en de minder gezonde keuzes toch wat zichtbaarder te maken en de verantwoordelijkheid bij de gast te leggen. Dit gaan we de komende maand implementeren.

3. Wat moet er volgens jou nú veranderen om straks klaar te zijn voor 2026?

Wat houdt onze sector tegen en wat is er nodig om door te groeien?
Mijn ambitie zou zijn om nog meer het gezondere veelal plantaardige alternatief aan te bieden. Het moet zo goed en verleidelijk zijn dat de gast het als normaal gaat beschouwen. Kijk bijvoorbeeld bij de Provincie Zuid Holland. Geweldig hoe zij de gerechten presenteren.

4. Wat mogen we absoluut niet vergeten in deze transitie?

Techniek en innovatie zijn belangrijk, maar hoe zit het met de mens, de cultuur, de ervaring?

We mogen onze medewerkers niet vergeten, we moeten blijvend investeren in onze medewerkers, dan kunnen we hen aan blijven spreken op hun verantwoordelijkheden en kwaliteit. De tendens nu dat medewerkers meer naar hun rechten kijken als naar hun plichten hebben we zelf veroorzaakt. Er is te weinig aandacht gegeven en te weinig geïnvesteerd, maak hen mede ‘eigenaar’ van je visie op eten en drinken. Zodanig dat ze er (weer) voor gaan.

5. Welke rol zie jij voor FCSI in deze ontwikkeling?

Van kennisplatform tot katalysator: hoe kunnen wij als community echt het verschil maken?

Onze professionals en corporates dagen elkaar uit in innovaties en gastgericht denken en werken en last but not least het ontzorgen van medewerkers. Wij kennen met elkaar de markt, de ontwikkelingen en de behoeften van gasten en ook medewerkers.
Samen kunnen we in de ontwikkeling van concepten zorgen dat de balans er is: (1) een waardevolle professionele rol voor de medewerker (geen operator), (2) apparatuur die kwaliteit levert op het verse/duurzame of convenience product (bereiden/regenereren/koelen) en in een ambiance wordt aangeboden waar de gast zich welkom voelt.

Delen